Prachtige enscenering, fraaie zang, messcherp begeleid door New European Ensemble. Foto: Marco Borggreve
3

Opera Melancholica – Opera2Day

Herkenbare worsteling tussen denken en voelen

Henri Drost

Gezien op: 

4 februari in Stadsschouwburg Nijmegen

Te zien t/m: 

19 maart 2020

Het Haagse Opera2Day weet keer op keer van opera een totaalbeleving te maken. Ook nu. Buiten de zaal wordt het publiek opgewacht door ‘coassistenten’ die vragen naar een laatste huilbui, jeugdherinneringen en muziek. En een half uur voordat de voorstelling echt begint, kan wie wil de zaal al in om daar te luisteren naar wat middelbare scholieren uit de speelstad schreven over melancholie, afgewisseld met korte muzikale fragmenten uit het omvangrijke oeuvre van Philip Glass. 

Dat laatste lijkt misschien onbeleefd, of zelfs storend voor de musici, maar is geheel in lijn met Glass’ baanbrekende eerste opera Einstein on the Beach (1976). Die opera duurt vijf uur, kent geen pauze en het publiek mag – geheel tegen alle operaconventies in – de zaal in- en uitlopen. Zo lang of baanbrekend is zijn vijfde opera The Fall of the House of Usher uit 1988 niet. Slechts tachtig minuten neemt dit spookachtige verhaal van Edgar Allen Poe in beslag, maar Glass’ muziek is niet minder hypnotiserend, zeker als die zo fraai wordt gezongen en messcherp begeleid door New European Ensemble.

Centraal staan de door melancholie getergde Roderick, zijn zus Madeline en zijn oude schoolvriend William die meer en meer meegesleept wordt in de zwartgallige sfeer in het vervallen huis dat door water is omgeven. Hoewel Poe te boek staat als schrijver van gotische spookverhalen, trof regisseur Serge van Veggel het sobere, welhaast klinische taalgebruik. In zijn versie is The Fall of the House of Usher daarom omgetoverd in ‘anatomisch theater van de psyche’. Gebruik makend van Freud en Oosterse filosofie zitten de drie personages in de opera in één hoofd en zijn symbool voor denken, voelen en bewustzijn.

Een interpretatie die door zowel de plot als Glass’ muzikale invulling gevoed wordt. Madeline, het gevoel, heeft in Glass’ bewerking immers weliswaar een grote rol, maar zingt woordloos. Fraai is hoe haar zang gespiegeld wordt door een enkele danser, in een choreografie van Ed Wubbe (Scapino Ballet Rotterdam). Het denken (Roderick) worstelt met het gevoel, maar wordt zich daarvan pas bewust als een oude vriend (William) hem bezoekt. Deze herkenbare worsteling tussen denken en voelen wordt gevisualiseerd in het decor van Herbert Janse met als blikvanger een meer dan levensgrote schedel en een aangrijpend slotbeeld

Het resulteert in een prachtige enscenering die appelleert aan het gevoel en aanzet tot nadenken. Maar door het publiek in de drie kwartier durende proloog te nadrukkelijk al bewust van te maken van zijn interpretatie middels een ‘college’ van de geneesheer-directeur verzwakt Van Veggel de impact van de voorstelling. Onnodig, want zijn visie op deze opera, dit verhaal, is sterk genoeg om op eigen benen te staan. Meer vertrouwen op gevoel was hier beter geweest.

Meer weten