
Source - Kalpanarts,
Boeiende uitwisseling in beweging
Gezien op:
De voorstelling Source van Kalpanarts mengt Indiase dans met westers klassiek ballet. In de kern gaat de boeiende choreografie over de vraag waar dans vandaan komt – en daarboven hangt de vraag wie nou eigenlijk bepaalt wat de bron daarvan is.
Het is een opvallend ‘experiment’ bij Het Nationale Ballet: Indiase meets klassiek westers ballet en moderne dans. De samenwerking met choreograaf Kalpana Raghuraman van dansgroep Kalpanarts heeft nu al niet alleen een danig opgepoetste ‘re-staging’ opgeleverd die onlangs in première ging van La Bayadère (De Tempeldanseres), het Oriëntalistische, in India gesitueerde ballet uit 1877 van de peetvader onder de klassiek-romantische choreografen Marius Petipa; bijkans nog spannender is de ontmoeting tussen drie dansers van haar eigen dansgroep met drie dansers uit het tableau van Het Nationale Ballet in Source. Daarin verkent ze waar de verschillende danswerelden elkaar raken, uitdagen en inspireren. Ze onderzoekt hoe deze stijlen elkaar beïnvloeden en door de tijd heen met elkaar vermengd zijn geraakt. Noem het een interculturele uitwisseling in beweging in de eigen hybride danstaal van Raghuraman.
Ze stelt via dit werk kritische vragen bij vaste ideeën over traditie en authenticiteit in de danswereld. Hoe inspireren verschillende culturen elkaar – en waar wringt het? Wie ‘bezit’ een dansstijl? Bestaat er één echte oorsprong? En wat betekent iets als ‘klassiek’ als stijl voortdurend verandert? Aldus werpt Source een vraag op over de kunstvorm zelf: Waar komt dans vandaan, en wie mag dat wel/niet bepalen?
De overeenkomst tussen Indiase dans en westers georiënteerd ballet, zoals gedeelde principes van beweging, expressie en structuur, ligt minder in directe historische invloed maar meer in het feit dat het allebei hoogontwikkelde, gecodificeerde danssystemen zijn die via muziek en beweging verhalen vertellen. Maar de verschillen zijn minstens zo belangrijk. Omdat ze onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, weerspiegelen ze verschillende culturele en esthetische idealen.
Source
Wat je ziet in Studio Boekman, vlakkevloerzaal in de Stopera voor ontmoeting tussen opera, ballet en publiek maar ook tussen erfgoed en vernieuwing, zijn bewegingen waar Indiase invloeden, ballet en moderne dans door elkaar lopen. Typisch voor Kalpanarts, dat bekendstaat om Indiase dans te ontdoen van enig stof, en het combineren van culturen tot een nieuwe, eigentijdse vorm. Maar nu, en in dit werk, meer reflectief en theoretisch dan in eerdere, vaak meer verhalende stukken. In Source zijn klassieke elementen uit Indiase dansvormen als Bharatanatyam en Kathak (indrukwekkend voetgeroffel, sierlijke handgebaren [zogeheten mudra’s, waarmee dansers verhalen vertellen, emoties uitdrukken of wezens of handelingen afbeelden], mimiek en armgebaren als in een battle naast en tegenover klassiek ballet gesteld. Waar in Indiase dans de ogen, handen, gezicht en torso onafhankelijk van elkaar bewegen, streeft ballet naar lijnen en symmetrie, en is graag bovenwaarts gericht, veelal zoekend naar ‘gewichtloosheid’ (waarvan de pointe, de spitz een manifestatie is). De verschillen in lichaamsgebruik komen in de choreografie aldus duidelijk naar voren. Spitzen vallen in Source, op een afwisselende muziekcompositie van Simone Giacomini, echter niet te zien in dit prachtig en attractief gemixte geheel dat mooi balanceert tussen dynamiek en poëzie. Geen ‘point shoes’ dus, maar wel treden zes dansers aan die voor het voetlicht naar hartenlust met elkaar wedijveren om elkaar dan even later weer net zo graag aan te vullen en aan te voelen. De drie dansers van Kalpanarts (Indu Panday, Sooraj Subramaniam en Manouk Schrauwen) en Het Nationale Ballet (Manu Kumar [coryphée], Alexander Álvarez Silvestre [élève], Francesco Venturi [corps de ballet]) blijken volledig aan elkaar gewaagd. Hooguit zie je bij de balletdansers een enkele keer ietsjes meer kracht en scherpte in de bewegingen, terwijl het Kalpanarts-trio daar bij tijd en wijle meer finesse en souplesse tegenover weet te stellen. Het bewegingsmateriaal werd overigens in samenwerking met de dansers ontwikkeld. Op de aan het begin van dit stukje opgeworpen wezensvragen, biedt Source geen direct antwoord. Erg is dat niet. Omdat dat mede afhangt van je identiteit, waar je zelf vandaan komt.
Het India Dans Festival dat Korzo Theater in Den Haag jarenlang organiseerde, mag hier genoemd worden als aanjager en stimulator, van enerzijds Indiase dans in Nederland, anderzijds van Kalpana Raghuraman en Kalpanarts. En ook dit: het is zeer te prijzen dat Het Nationale Ballet met verve haar grenzen opzoekt en verkent.
Whisper
Behalve Source is in dit programma ook plaats voor Raghuramans Whisper, een intieme en veeleisende solo die zij vorig jaar maakte voor en door Kalpanarts-danser Laila Gozzi. De choreografie laat meer moderne dans zien dan Source. Op een verhoogd vierkant dat als strijdperk dient zien we Gozzi verwikkeld in een strijd om serieus genomen te worden in een onpersoonlijke zorgsysteem. Ze verwijst met haar krachtige, nee: slopende solo naar signalen van het lichaam die de medische wereld over het hoofd ziet. Westerse geneeskunde versus eeuwenoude Indiase visies op gezondheid borrelen op. In de choreografie zien we haar beurtelings kronkelend, opgevouwen, op de rug liggend opspringend, en soms ook languit liggend. Een solo die de pijn doet voelen die zij moet hebben ondergaan, en die ook een aanslag is op het uithoudingsvermogen. Dit alles wordt begeleid met techno-achtige klanken op band naar, eveneens, een compositie van Giacomini.

