
Operation Hellfire - Het Nationale Theater
Amerika valt Nederland aan
Gezien op:
Te zien t/m:
Hoever durft Nederland te gaan om vrede en recht te verdedigen? In Operation Hellfire van Het Nationale Theater trekt de VS ten strijde tegen Nederland en het in Den Haag gevestigde Internationale Strafhof omdat oud-president Barack Obama achter slot en grendel is gezet.
Het is feest: 25 jaar Internationaal Strafhof. Het Nationale Theater neemt een gedachteoefening als fictief voorschot op die heuglijke gebeurtenis. Maar als op het jubileumfeest te midden van internationale gasten tijdens zijn redevoering eregast Barack Obama nietsontziend in de boeien wordt geslagen, nog wel ten overstaan van de voltallig aanwezige internationale pers, zijn de rapen al snel gaar omdat de VS te kennen geeft militair in te gaan grijpen. Daarop ontspint zich een denkbeeldig inkijkje in de rechtszaak die het Strafhof desondanks doorzet. Maar ook in de cockpit alias snelkookpan van de Nederlandse ‘War Room’, waar tot een antwoord moet worden gekomen op de patriottische ‘move’, de invasie, die Trump hardop zegt te gaan ondernemen. Kortom: Den Haag in vuur en vlam, is schaakmat gezet, maar tenminste nog wel aan zet.
Politici, juristen, militairen en volk staan in Operation Hellfire tegenover elkaar. Veel zaken die worden aangeroerd in de tekst van het talentvolle duo Joeri Heegstra en Max Wind, vinden hun basis in ware gebeurtenissen. Wapenfeiten en eyeopener wellicht: Obama hééft een droneprogramma laten ontwikkelen en onder zijn bewind zíjn er inderdaad (antiterrorisme)bombardementen uitgevoerd, onder meer op Jemen. Nog altijd zijn er landen die het door de VN ingestelde strafhof niet erkennen zoals de VS, Rusland, China, Israël, Iran en Noord-Korea. En de VS hebben inderdaad de American Service-Members’ Protection Act aangenomen waarmee, strijdend tegen eventueel ‘toga-terrorisme’, Amerikaanse functionarissen of militairen uit een eventuele hechtenis van het Strafhof met rupsbanden moeten worden bevrijd. Ook de netelige en moerassige positie waarin Nederland en meer specifiek Den Haag kunnen komen te verkeren onder het huidige gesternte van het meer en meer uitgekleed geraakte Internationale Recht, vindt daadwerkelijk plaats.
Onder regie van Eric de Vroedt hebben de tien acteurs (en, opvallend, 1 audio-acteur) in hun spel naar hartenlust mogen uitpakken, met vele dubbelrollen; er zijn liefst 27 personages. Behalve de contouren van de imaginaire rechtszaak en de onderonsjes met Nederlandse politici zijn we ook getuige van een ‘live’ TV talkshow -zoals De Vroedt dat deed in The Nation- een crisisberaad in het Catshuis, de aanwezigheid van een letterlijk roeptoeterende Trump plus enige strandscènes.
Na een lange aanloop worden we allengs wat dieper het stuk ingezogen, na een uur pas, als we in de rechtszaal beland zijn. Pas dan wordt een poging gedaan dieper te graven met de opeenvolging van maar halfgeestige gimmicks. Het is vaak allemaal nét te leuk, net te onderhoudend, en net te vrijblijvend om te beklijven, ondanks de vele snedige oneliners en passages die de vloer over rollen. Er wordt in de voorstelling zo heel wat overhoop gegooid. Jammer is dat het daarbij allemaal aan de oppervlakte blijft steken. Van karaktertekening van de personages of verdieping van de probleemstelling is nauwelijks sprake. En als je dat al moedwillig overboord gooit, dan werken de vele changementen, de talloze onderbrekingen niet mee om in het verhaal te komen.
Niettemin valt er ook te genieten, speltechnisch vooral, bijvoorbeeld door het altijd aanstekelijke en licht ontvlambare, kwikzilveren en karikaturale acteren van Rick Paul van Mulligen, evenals dat van Tamar van den Dop. De volle twee uur krijgen door de satirische, slapstickachtige turbotoon en het karakter van gesneden (te) dik hout die bijna voortdurend wordt aangehouden echter een uitwerking, bijna als na een koude douche. Waar het Internationaal Strafhof een rechtsorde probeert te scheppen door het vervolgen van personen die verdacht worden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden bestrijdt, wordt zij hier weggezet als irrelevant, en helaas niet alleen door de belichaming van de behandelende Strafhof-rechter als exemplarisch en bijkans seniele strepentrekker.
Aan de penibele positie waarin het hof zich na 25 jaar momenteel met een (on)mogelijk Zwaard van Damocles boven het hoofd is overgeleverd wordt niet al te diep ingegaan. Evenmin op de dubbele positie, ronduit de spagaat als gastheer van Nederland en die van de stad Den Haag (met Spinoza en Hugo de Groot stilletjes meekijkend) in het bijzonder. Want ook hier te lande wordt het Internationale Recht niet altijd gerespecteerd, bijvoorbeeld bij de oorlog in Gaza. Of binnenslands: demonstratierecht, politiegeweld en etnisch profileren, vreemdelingendetentie en vluchtelingen en, ten slotte, contraterrorisme. Terwijl in de Grondwet staat dat bepalingen uit verdragen die in Nederland gelden voorrang hebben boven het nationale recht.
De keuze voor het maken van een spektakelstuk heeft geleid tot een weliswaar bij tijden vermakelijke, maar tegelijkertijd lichtelijk bitter stemmende toneelavond. Alle Menschen werden Brüder, zo klinkt op in de voorstelling. De vraag is of Beethovens adagium toneelminnend Nederland weet te verenigen met deze aanpak. De scènes met getuigen Bushra Khalil (Jouman Fattal) en Brandon Wells (Yamill Jones) bieden daartoe, hoe relevant op zichzelf dan ook, te weinig tegenwicht.

