Met Jongens maakt Thor Braun een verrassend sterk debuut als theatermaker. Foto: Bart Grietens

Verslag Amsterdams Fringefestival, deel 2

Onze tweede avond op het Amsterdam Fringe Festival is totaal anders dan de eerste. Niet vreemd natuurlijk want het festival hanteert selecteert een breed en eigenzinnig programma van ruim vijftig voorstellingen met een mix van veelal jonge makers. Welke criteria het festival hanteert is niet helemaal duidelijk. Opvallend is dat ongeveer de helft van de voorstellingen een queersignatuur heeft.

Het blijft aantrekkelijk om op een avond meerdere voorstellingen te kunnen zien. Op de tweede avond zijn we bij Perdu voor Thor Braun, in Frascati voor Rick Wardenier en in De Kleine Komedie voor The House of Puta.

Bij binnenkomst is Thor Braun, bekend als Chris uit de tv-serie Oogappels, aan het schilderen op grote vellen papier op de speelvloer. De luide soundtrack van harde beats raast door terwijl bezoekers hun zitplaats zoeken. Abrupt stopt de muziek en begint Braun te praten. In hoog tempo met onbedwingbaar enthousiasme verhaalt hij over elkaar verkennende jonge jongenslichamen. Dan speelt hij een stukje Wohltemperierte Klavier van Bach waarna hij begint over zijn fascinatie over cineast Pasolini. Vertvolgens gaat het over zijn uiteenlopende ontmoetingen met jongens. De fysieke liefde staat hierbij altijd centraal. Brauns vertelstijl is voornamelijk zeer uitbundig maar toch niet vermoeiend, omdat hij ook dankzij een slimme eindregie van Char Li Chung precies op tijd gas terugneemt. Braun is 25 en etaleert een enorm talent in deze vijftig minuten durende solo die geen moment verslapt. Zijn theateridioom is schaamteloos romantisch. De taal is prachtig en wat niet alledaags is op toneel: de geilheid is onontkoombaar. Lef en kwetsbaarheid wisselen elkaar af in het zeer aanstekelijke Jongens waarmee acteur Thor Braun verrassend sterk debuteert als theatermaker.

Rick Wardenier heeft een vergroeiing in zijn ruggenwervel. Als daar niets aan gebeurt worden op den duur zijn longen weggedrukt en kan hij niet meer ademen. Daarom wacht hem een operatie. Omdat hij daar doodsbang voor is, maakt hij theater hierover die voor hem dienst moet doen als oefening om angst weg te nemen. Hij gebruikt cola zero als narcose én livemuziek van een prachtig zingende Antonia Keersmaekers. Dit mooie uitgangspunt leidt tot een aanvankelijk grappige performance die echter na tien minuten aan spanning verliest. Wardenier verliest zich daarna in veel betekenisloze scenes. Jammer want het originele idee biedt veel kansen.

The House of Of Puta bestaat uit twee drag queens en vier mannelijke dansers. Boris Schreurs en Bobby Snijder maakten een wervelende show met toneelmatige scenes tussendoor waarin ze elkaar de loef afsteken maar toch weer tot elkaar komen. Showgirls Don’t Cry is een flitsende ode aan de lhbtia-gemeenschap maar ook erg voorspelbaar. Maar dat is misschien ook geen probleem. Het publiek klapt en joelt en heeft het uitstekend naar de zin. De verkleedpartijen en de outfits mogen er zijn en de vier dansers zijn ijzersterk.