
Steef de Jong mixt operette en 'punk'
In de Haarlemse Stadsschouwburg repeteert een droomcast voor Tulip Town, de nieuwste muziektheatervoorstelling van Steef de Jong. Ik mag komen kijken en sluip door de gang op de derde verdieping en hoor vrolijk gezang. Ik open de klapdeuren en sta direct achter de slagwerker. Daarnaast zie ik de rug van Steef die spelend op zijn keytar heel geconcentreerd kijkt op zijn bladmuziek. Het voelt alsof ik stiekem ben binnengeslopen, want ze spelen natuurlijk gewoon door. Ik geniet direct van een vrolijke chaos.
Ik ga als vlieg op de muur in een hoekje zitten en zie naast Steef ook Rop Verheijen, Ilse Warringa, Thor Braun, Daniel Cornelissen en een muzikaal combo onder leiding van Marijn van Prooyen. De spelers staan even later in een cirkel en oefenen een liedje. Ze doen dat een keer of vijf achter elkaar. Opvallend is de enorme inzet. Iedereen zingt uit volle borst. Het lied gaat onder meer over nepniews. Na de zevende keer voeren de spelers overleg. Dan stomen ze door naar een volgend fragment. Welke instrumenten zitten er in de aria van Alexis vraagt Steef. Marijn weet het niet precies, maar even later klinkt de aria met bas, viool en Ilse Warringa op klarinet. Thor Braun zingt de gevoelige tekst wonderschoon. Even later klinkt een ander lied waarbij twee spelers in twee paren gearmd zingen en dansen. De violiste loopt er achter en speelt pizzicato, ofwel met vingers in plaats van strijkstok.
Steef noemt Tuliptown een punkoperette, maar dit is vooral een heftige bewerking van de operetteklassieker L’île de Tulipatan. Een feest vol energie, humor en dubbelrollen. Het verhaal gaat over de grootmaarschalk van de graaf van Tulip Town die worstelt met het jongensachtige gedrag van zijn dochter terwijl de zoon van de graaf prins Alexis, juist opvallend zacht en genadig blijkt. Ze worden verliefd maar hun ouders hadden natuurlijk andere plannen.
De publicteitsdame had mij een doorloop beloofd, een complete voorstelling dus, maar het loopt anders, zoals zo vaak in een maakproces . Zeven keer hetzelfde liedje horen is meestal geen feest, maar hier verveelt het niet. De spelers zijn druk met elkaar en geconcentreerd in wat ze doen, terwijl ze ook de grootste lol hebben. Dat is leuk om te zien. Thor Braun heeft eventjes niets te doen en graait in een stapel t shirts die met een spuitbus zijn geverfd. Alle spelers maakten voor deze voorstelling hun eigen graffitti-achtige t-shirt, lekker punky. Muzikaal heeft Tuliptown daar natuurlijk niets mee te maken. Terwijl Marijn van Prooyen zijn basklarinet in elkaar schroeft, vertelt dat hij samen met Steef de muziek van Offenbach ingrijpend bewerkt en gearrangeerd heeft. Tijdens de aria die Thor zingt hoor je opeens echt een klassiekerig geluid, terwijl het liedje dat ik daarvoor dus zeven keer hoorde veel meer poppy klonk.
Het is een week voor de montage, het moment waarop alles, licht, geluid, kostuums en het spel samen komen. Tegen de muur staan kartonnen decorstukken, Steefs handelsmerk. Ik zie een koe en twee opgevouwen borden waarop staat Heg 3 en Heg 5. Over twee weken is de première. Uiteindelijk zal Tuliptown vast ook weer een dolle boel worden. Operette, karton en speelplezier met originele regievondsten zijn rotsvaste stijlelementen in het theater van Steef. Dat houdt hij al vijftien jaar vol zonder ooit een slechte voorstelling te hebben gemaakt. Dat is een enorme prestatie. Tuliptown gaat op 4 september in première en is te zien t/m 8 november 2026.

