
Oranjewoud Festival: Veelzijdig en eigenzinnig
Het geweldige Oranjewoud Festival was dit jaar uitgebreider dan ooit. Wat altijd opvalt bij dit festival is de perfecte organisatie met prachtige concertlocaties rondom landgoed Oranjewoud vlak bij musuem Belvedère in Heerenveen. De heerlijke ambitie van festivalbaas Yoram Ish-Hurwitz blijkt ook uit de opzet van een symposium over locatiemuziek. Naast verspreide concertpodia is er ook in de Proeftuin altijd muziek tussen de gezellige eettentjes.
Het openingsconcert met slagwerker Lucy Landymore en violist Aleksey Igudesman was een erg matig opwarmertje met gepopulariseerde deuntjes en belegen humor. Een schril contrast met het Ragazze Quartet later op de avond. Na enkele jaren Via Berlin startte Rosa Arnold het Ragazze Quartet dat sindsdien louter avontuurlijke producties presenteert met muziek van vroeger en van nu. Ze werkten samen met uiteenlopende partijen van Conny Jansen Danst tot het Kronos (!) Quartet. Ook leveren ze regelmatig spannende bijdragen aan theatervoorstellingen of maken ze zelf theater zoals in Memories of Trees. Na de schemering komen de strijkers uit het donkere bos in het prachtige parklandschap langzaam tevoorschijn. Er is een decor van drie kijkvensters waarin bomen zonder takken staan. Soms nemen de musici plaats in die vensters. Het lichtplan is adembenemend en zeer gevarieerd wat een sprookjesachtige sfeer geeft. We zien zachtjes wiegende takken, zwevende zaden. Maar natuurlijk ook het hout van de muziekinstrumenten, de herinneringen van de bomen wellicht. Regisseur Mees Vervuurt vervlecht de op verzoek gecomponeerde muziek van Kate Moore tot een filmisch geheel. De klanken van Moore hebben een soundscape-achtig karakter, drone-achtig zo je wilt. Het zwelt af en aan en is melodisch gezien niet heel erg afwisselend waardoor de muziek op den duur meer van hetzelfde wordt. Maar de combinatie van ijle en soms weer warm klinkende muziek en de prachtbeelden in het donkere bos geven Memories of Trees wel een betoverende sfeer.
De volgden ochtend speelt de Franse singersongwriter David Chalmin die ook met Thom Yorke en Madonna samenwerkte, maar wiens werk ook klinkt in prestigieuze concertzalen als Salle Pleyel in Parijs. Hij presenteert langgerekte aan elkaar gesmede nummers met merendeels elektronische muziek waarbij hij vooral veel aan knoppen draait en met zijn rug naar het publiek staat. Als hij zich omdraait, zijn elektrische gitaar omhangt en gaat zingen blijft de muziek erg atmosferisch. De vogels zingen mee en Chalmins zacht gevooisde stemgeluid klinkt best aardig maar zijn muziek is vooral ongevaarlijk en humorloos.
Een half uurtje later is het spannender en vooral veel leuker bij de Vegetarische Jachtcanate, een heerlijke kameropera van het Kofferbak Collectief, een klein gezelschap rond sopraan Klaartje Veldhoven, accordeonist Renée Bekkers en bariton Mattijs van de Woerd. Het verhaal begint als acteur Roman Brasser zich voorstelt als gedragswetenschapper Martin Barke. Het is 2050. Een groep jagers moet afscheid nemen van de jacht want er zijn geen dieren meer en de sojaboon is overal. Tijdens een dwaas ritueel verschijnt Diana, de godin van de jacht en ontspoort het geheel op hilarische wijze. De geestige en zeer originele tekst is geschreven door Bart Sietsema en Jasper van Hofwegen regisserde aangenaam speels. Het stuk is erg losjes gebaseerd op Bachs Jachtcantate en wordt hier gespeeld in een mini bezetting met zang, cello en accordeon. Sopraan Veldhoven en bariton Van de Woerd halen vreemde capriolen uit maar blijven in topvorm. Acteur Brasser is charmant, alert en bespeelt met verbluffend gemak het publiek. Hij laat ons malle dingen zeggen als: soja is niet droog, je moet het goed kruiden en dan valt het best mee. De spelvreugde van de spelers is zeer aanstekelijk en de royale interactie met het publiek maakt van dit uurtje eigentijdse opera een fantastisch feestje waar iedereen -ja echt iedereen- blij van wordt. Nog volop te zien deze zomer.
Op het dak van het Belverdere museum klinkt de muziek van Strijbos en Van Rijswijk. Dit componistenduo uit Tilburg is in het buitenland veel bekender dan bij ons. Zij maken muzikale installaties waarbij muziek en geluid een relatie aangaan met de omgeving. Vaak klinkt hun muziek alleen via opnamen uit speakers, maar in Heerenveen zijn ook spelende musici te horen. Kijkend over het landschap zie ik twee rubberbootjes waarin prachtig trage blaasmuziek wordt gespeeld op trombone en hoorn. Maar ook omgevingsgeluid speelt mee. Alle klanken worden gemixt met livestreams. Het doet in de verte denken aan de ambient van Brian Eno maar de live-ervaring in het landschap geeft deze onalledaagse luisterervaring een heel eigen dimensie mee.
Het Oranjewoud Festival bestaat al sinds 2012 en is landelijk nog steeds niet bekend bij een groot publiek. Misschien wel fijn maar het is ook vreemd want het onderscheidt zich van het enorme festivalanbod in Nederland met een veelzijdige en lekker eigenzinnige programmering met klassiek, jazz en muziek uit alle hoeken van de wereld op prachtige locaties. Het is daarmee geweldig voor avontuurlijke fijnproevers maar zeker ook toegankelijk voor anderen omdat het met gratis aanbod ook laagdrempoelig is. Oranjewoud Festival is een parel.

