
Oorlogskinderen vol verwondering en kracht
‘Weet iemand waar we zijn?’ De kinderen in het bos klinken niet wanhopig, maar vooral nieuwsgierig. Het is de eerste scène in de theatrale installatie Terwijl we sliepen van theatermaker Judith Nab over ontheemde kinderen. Vanuit de theaterzaal kijken we in een prachtige donkere diepte met poppen op de voorgrond en animaties op een gaasdoek daarachter.
Direct bij binnenkomst word je een andere wereld ingezogen. Een wereld vol fantasie en schoonheid, maar ook oorlogsgeweld. Links zien we een hoofd dat begint te praten. Het is Imad Kamju die ooit van Irak naar Nederland is gelopen en nu in een AZC woont in Zutphen. Samen met hem en kunsteducator Simone van der Goor sprak Nab met kinderen maar ook volwassenen uit het AZC. Het resulteert in een verassende multimediale voorstelling die verwondering en kracht ademt.
Nab heeft haar installatie gemodelleerd naar De blinden van Maurice Maeterlinck. Een zogenoemd statisch drama over radeloze vluchtelingen die klem zitten. Zo horen we over Huma, een Turks meisje van wie de moeder zonder reden in de gevangenis belandde. Centraal staan de kinderen in het bos, ze komen uit de oorlog maar waar ze heen gaan? Van een van hen is de moeder verdwenen. Terwijl ze sliepen. Het waarom krijgen we niet mee. De poppen op het toneel lijken te kijken naar wat zich op het gaasdoek afspeelt en dat is nogal wat. Er groeien getekende planten, we zien spelende en dansende kinderen maar ook oorlog. De nadruk ligt echter op de kinderen en hun energie.
Terwijl we sliepen is geen uitgesproken jeugdvoorstelling, maar veel meer een filmische collage waarbij de onbevangenheid van kinderen juist volwassenen zou kunnen inspireren.
In een prachtig poëtische filmische voorstelling geeft de kunstenaar kinderen een stem. Dat blijkt ook in een korte toelichting van Judith Nab. ‘Het idee ontstond nadat het Coda museum in Apeldoorn vroeg om een project voor jongeren over de Tweede Wereldoorlog met als boodschap: Dit nooit weer. Ik twijfelde omdat ik niet wilde dat jongeren zich verantwoordelijk zouden gaan voelen voor de gruwelen van de oorlog. Vrijheid maar dus ook oorlog leeft bij kinderen en daar willen ze dus best over praten. Na ontmoetingen op scholen en in het azc kwam een groepje naar mijn atelier om te tekenen, te kletsen en te spelen. Er ontstonden als vanzelf scènes. Een meisje van zeventien maakte een gedicht over hoe heerlijk het is in de armen van je moeder. Ik was erg onder de indruk, maar ik wil geen sier maken met hun verdriet. Ik was erg geraakt door de kinderen en hun verhalen en vroeg me af wat ik daarmee kon doen. We zijn een krant gaan maken en later is daar deze installatie uit voort gekomen. Volwassenen onderschatten kinderen vaak. Zij kunnen veel meer aan dan veel mensen denken. Ik vind dat we allemaal beter naar kinderen moeten luisteren.’
Judith Nab werkt sinds jaar en dag samen met componist Simone Giacomini, sparringpartner Tessa Janssen en animator Frederieke Mooij. Met hen maakte ze ook Mijn huis, de rest van de wereld en daarbuiten dat in heel Europa te zien was.

