
'In mijn hart kunstenaar, in mijn hoofd activist.’
Steeds meer jonge theatermakers bedenken eerst wat ze willen vertellen en zoeken daarna uit waar ze het beoogde publiek kunnen bereiken. En dat is dus lang niet altijd in het theater. Klimaat, milieu, grensoverschrijdend gedraag, armoede en racisme zijn gewilde thema’s. Zijn deze theatermakers activisten of kunstenaars?
Lous van Noordwijk (26) maakte een voorstellingsachtige installatie over seksuele intimidatie. ‘Daarin bevinden zich vier acteurs die situaties naspelen. Bezoekers lopen individueel door steegjes en straatjes met oortjes in en horen “Psst” of “Hé, schatje”. Door muziek en de acteurs die om je heen cirkelen, voelt de bezoeker iets van de angst die vrouwen bijna dagelijks ervaren.’ Van Noordwijk bedacht het project vier jaar geleden tijdens haar opleiding bij Artez in Arnhem. Inmiddels reist de installatie langs diverse steden door Nederland. ‘Vorige week stonden we in het centrum van Rotterdam. Per dag zijn er ongeveer tweehonderd jongeren langs geweest. De meesten kwamen van een mbo-opleiding maar we hebben ook jongens met fatbikes aangesproken. Eerst deden ze wat lacherig maar kwamen wel binnen. Bij de uitgang staan trainers van Fairspace klaar om te praten over wat je bijvoorbeeld kunt doen als je getuige bent van seksuele intimidatie op straat. De meeste bezoekers zijn tussen 16 en 25 jaar en waren erg onder de indruk.’ Tijdens haar opleiding gaf Van Noordwijk in Arnhem een gastles samen met burgemeester Marcouch. ‘De jongens werden stil toen meisjes over hun vervelende ervaringen vertelden. De gemeente Arnhem heeft ons erg ondersteund.’ Inmiddels is haar project Psst hé schatje gedoopt en dankzij Theater ins Blau in Leiden verder ontwikkeld tot een reizende installatie. Voor 2026 hebben zich al diverse steden gemeld. Van Noordwijk. ‘Ik ben heel blij dat het gelukt is om dit overal in de binnenstad te kunnen plaatsen. Het ideale publiek zijn natuurlijk de mannen die vrouwen in hun billen knijpen. In Rotterdam kwamen de fatbike-jongens een dag later terug met hun vrienden. Dat was zo gaaf.’
Inmiddels werkt Van Noordwijk aan een nieuw project dat gaat over scheiding. ‘Mijn ouders zijn elf jaar geleden uit elkaar gegaan. Ik heb daar nog steeds last van. Mijn broer en zus gingen totaal anders met de situatie om dan ik zelf. Ik had daar geen rekening mee gehouden. Onze verwachtingen waren heel verschillend en daarover praten was ingewikkeld. Ik wil verhalen vertellen vanuit het kind. Over hoe het is om op te groeien na een scheiding. Veel kinderen kijken dan toch anders aan tegen de liefde of tegen samenwonen en een toekomst opbouwen. Kinderen gaan dikwijls in een soort overlevingsmodus en kunnen op mentaal gebied een achterstand oplopen. De titel wordt Ons huis van zand. Ik moet nog veel onderzoek doen maar de première is al wel bekend en dat wordt najaar 2026 in Leiden.’ Van Noordwijk heeft nog veel ideeën.’ Ik ben kunstenaar en performer en vind theater een heel goed middel om gevoelens van mensen toegankelijk te maken. Ik wil liever niet in een zaalopstelling spelen. Ik wil geen afstand. Bij mijn projecten zitten mensen midden in een situatie. Ik wil dat ze er niet omheen kunnen.’
Hanna van Mourik Broekman (41) is artistiek leider van Stormkamer uit Breda, een gezelschap dat voorstellingen maakt over onderwerpen als rechtspraak, psychiatrie en armoede. De meest actuele voorstelling gaat over kansengelijkheid. Van Mourik Broekman heeft een geheel eigen methode ontwikkeld. Het begint bij De Tafel, een besloten verkenning met experts, daarna volgt De Salon, een talkshow met uiteenlopende gasten die verbonden zijn met het onderwerp. Het derde deel heet De Ontmoeting, een documentaire achtige performance en deel vier is de theatervoorstelling. Dit soort processen duren twee of drie jaar en doet Stormkamer in verschillende steden. Is Van Mourik Broekman kunstenaar of activist? ‘In mijn hart ben ik kunstenaar, in mijn hoofd activist. Ik kan dat niet scheiden want dan ga ik dood. Ik weet het niet. Het is een vraag die met enige regelmaat weer opkomt. Mijn werk is soms ook pijnlijk, bijvoorbeeld in mijn contact met Raymond die bij mij op bezoek kwam. Hij woonde in een zogenoemde probleemwijk, ik in de zogenoemde goudkust. Ik werd enorm geconfronteerd met mijn privileges toen de postbode op mijn tuinpad Raymond bekeek alsof hij een crimineel was. Iets wat hem veel pijn deed en wat ik niet zag en wat voor mij een betekenisloos moment was. Het is onderdeel van de voorstelling geworden. Ik zoek altijd naar balans tussen het artistieke deel en het deel in mij dat de wereld wil verbeteren. Soms rek ik het artistieke wat meer op en zijn stukken abstracter. Dat is spannend want daarmee kan ik ook de toeschouwer kwijtraken.’
Ook Stormkamer speelt met regelmaat buiten het theater. ‘Binnenkort spelen we onze voorstelling voor de sociale raad in Tilburg. Daarmee bereiken we alle mensen werkzaam op het gebied van armoedebestrijding. Niet iedereen zou naar het theater gaan maar het is wel de doelgroep die ik wil bereiken. We spelen ook bij congressen of sportcentra en werken graag met groepen mensen die nooit naar theater gaan. Ik denk dat ons werk daar het meeste impact heeft. Kunst kan heel goed een activistische rol hebben maar ik weet nooit of iets helemaal geslaagd is. Ik loop vaak tegen de onwrikbaarheid van het maatschappelijke systeem aan. Dan voel ik mezelf een mentale ijsbreker.
Theater en activisme is echter niet alleen iets van de jongere generatie. Liesbeth Coltof (70) maakte onlangs bij Het Nationale Theater een heftige bewerking van Brechts Moeder Courage waarbij de oorlog in Gaza een belangrijke inspiratiebron was. Coltof nam drie jaar geleden afscheid bij de Toneelmakerij. Sindsdien reist zij de wereld over om te regisseren. Coltof, grande dame van het Nederlandse jeugdtheater, was al in de jaren negentig actief in Gaza om gastlessen te geven bij Theatre Today. Dat theater bijdraagt aan een betere wereld staat voor Coltof onomstotelijk vast. ‘Ik was vaak actief in oorlogsgebieden, in Iran, de Balkan en geregeld in Gaza waar ik veel met acteurs werkte met weinig spelervaring. Een van hen was Amal Al-Atrash die al drie oorlogen meemaakte. Zij vertelde dat theater maken voor haar de enige manier was om zichzelf te zijn. Door theater te maken kreeg zij weer een stem. Zij vergelijkt het met zuurstof. In een oorlogssituatie is theater maken en het vertellen van verhalen iets wat je weer tot een mens maakt. In een oorlog maar ook in een asielzoekerscentrum zijn mensen nummers geworden. Kunst is iets wat je menselijk houdt.’ Samen met dramaturg Dennis Meyer bedacht Coltof het project 10 children. Daarmee maken zij in tien steden wereldwijd de pijn van kinderen die in armoede opgroeien voelbaar. Coltof was vorig jaar in Cleveland. Binnenkort gaat ze naar Kaapstad. Er volgen onder meer nog projecten met inheemse kinderen die in de grote stad wonen en in Mumbai richt Coltof zich op meisjes die nauwelijks kansen krijgen om een zelfstandig leven op te bouwen. Zo worden de vele gezichten van armoede invoelbaar gemaakt. Coltof betaalt haar reiskosten zelf. ‘Ik kreeg een paar jaar geleden de Amsterdamprijs. Dat was mooi want die dertigduizend euro gebruik ik nu voor dit project. We zijn wel bezig met fondsenwerving. Ons project duurt nog een jaar of twee en mondt uit in een conferentie die we -hopelijk samen met Unicef- aan het voorbereiden zijn.’
Dit verhaal is eerder gepoubliceerd in Het Financieele Dagblad

